Introductie
Al in de middeleeuwen is er in Nederland
sprake van schuttersgilden of
schutterijen die als taak hadden de stad te beschermen bij een aanval van
buitenaf en de orde in de stad te bewaren. Deze burgerwachten stonden vaak onder
het directe gezag van het stadsbestuur. De bekendste schutterij is
ongetwijfeld de compagnie van de burgerwacht van Amsterdam die door Rembrant van
Rijn werd geschilderd.
In 1795 wordt door de voorlopige regering van de jonge Bataafse Republiek een einde gemaakt aan het gewestelijke karakter van de schutterijen. De regering vaardigt een voorlopige verordening uit voor de organisatie van de Gewapende Burgermacht. De organisatie van de Gewapende Burgermacht zou zo veel mogelijk gelijk zijn aan die van het leger. Een jaar later, op 11 november 1796, kwam er een Algemeen Reglement voor de Gewapende Burgermacht.
Ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden is er weer sprake van Schutterijen. Dat duurt voort tot aan het begin van de twintigste eeuw als de laatste Schutterijen worden opgeheven.